Sculpturen

De behoefte aan het reproduceren van wereldberoemd beeldhouwwerk stamt al uit de renaissance. Afgietsels van beelden worden in gipsgieterijen op bestelling gemaakt en gaan zo de hele wereld over. Dit maakt het mogelijk om dergelijke sculpturen in reproductie te kunnen bestuderen.

Rond 1800 krijgt het kunstonderwijs een impuls voor het opleiden van ambachtslieden. Opdrachtgevers zitten dringend verlegen om goede vaklieden. Zij beginnen ambachtsscholen om mensen op te leiden om zo verzekerd te zijn van voldoende kwalitatieve handen om paleizen, buitenplaatsen en overheidsgebouwen rijkelijk te kunnen decoreren. Noodzakelijk bij dit onderwijs zijn kopieën van spraakmakende beelden en reliëfs uit diverse culturen. Slechts de driedimensionale objecten verheffen het tekenen en ontwerpen uit het platte vlak. Immers de beelden die gemaakt moeten worden zijn ook driedimensionaal. 

Diverse scholen bouwen zo studiecollecties op van beelden in gegoten gips. In de loop van de 19e eeuw trekt de Overheid het onderwijs naar zich toe en gaan deze particuliere opleidingen verloren. De gipsen beelden, gekocht bij belangrijke producenten in onder andere Rome, Berlijn, Londen en Lissabon gaan als collecties mee. Een inventarisatie van wat er allemaal is geproduceerd en waar het nog te vinden is, levert een scala aan verzamelingen van gegoten gipsen beelden op. Grote collecties zijn er nog in onder andere Berlijn, Bonn, Londen, Lissabon, Brussel, Straatsburg en Maastricht. Veelal stil erfgoed, verborgen in depots.

Naast deze studiecollecties voor het onderwijs neemt ook de verzameldrift bij musea in de 19e eeuw een grote vlucht. Afgietsels van beroemde sculpturen, beelden, architectonische versieringen en details krijgen een aparte plaats in musea: de afdelingen kunstnijverheid. De 19e eeuw heeft zo een geweldige bloeiperiode van deze kunstnijverheids-verzamelingen. Bezoekers, kunstenaars, ambachtslieden, architecten en opdrachtgevers konden zo “om de hoek” kennis nemen van de grote sculpturen, ornamenten en decoraties van overal ter wereld. Toepassingen vonden hun weg in gebouwen en openbare ruimtes.

De productie van gipsen beelden was en is een ambacht. Het gips werd in mallen gegoten. Speciale ateliers bezaten deze mallen en hadden de giettechnieken onder de knie om allerlei beelden in complexe, samengestelde en uitneembare mallen te gieten. Tot op de dag van vandaag bestaan dergelijke ateliers nog en produceren niet alleen in gips maar ook in hedendaagse kunststoffen om afgietsels in weer en wind te kunnen plaatsen.

Na de hype in de 19e eeuw verdwijnen grote collecties in de depots van de musea en worden verkoopcatalogi opgeborgen. Voor het kunstonderwijs neemt het belang van de collecties af door veranderende inzichten in lesmethoden en lesmateriaal. Maar gelukkig dwingen dergelijke collecties toch zoveel respect af dat vernietigen of verkopen  nauwelijks aan de orde is. Opslag in depot of in verborgen hoeken en gaten van instituten houden de collecties grotendeels stand.

Aan het begin van de 21ste eeuw ontwaakt langzaam een hernieuwde belangstelling voor deze collecties van gegoten gipsen beelden Enkele symposia worden geweid aan de revival. Het besef dat deze kunstuitingen ruim twee eeuwen geleden zijn ontstaan en in de hele 19e eeuw essentieel waren in het kennis kunnen nemen van het verleden, gebruik in het onderwijs, het decoreren van interieurs, publieke ruimtes neemt toe en laat zoektochten zien van wat de mogelijkheden zijn om deze verzamelingen in de 21ste eeuw een plaats te geven. 

De impact die deze 19e eeuwse ontwikkeling heeft gebracht in de kennisontwikkeling en de rijkdom van de 19e eeuwse interieurs en verzamelingen dringt nog maar nauwelijks door en laat ampel ruimte voor nieuw onderzoek. 

In dit deel van het congres, als onderdeel van de expositie van de gegoten gipsen beelden, zal worden ingegaan op het maken en conserveren van gegoten gipsen beelden, de (massa)-productie en de unica die zijn overgebleven en een hernieuwde positionering van deze collecties voor het onderwijs. Niet alles kan digitaal en driedimensionale beelden die betast en gevoeld kunnen worden leveren ervaringen op die kunstenaars in hun eigen praktijk verder tot wasdom kunnen brengen.