Ornamenten

Repeterende bouwornamentiek leent zich uitstekend voor prefabricage. Ingegeven dat ter plaatse repeterende elementen modelleren meer tijd kost dan elementen eerst in mallen afgieten en daarna plaatsen/plakken. 

In de Romeinse tijd treffen we in onder andere de Domus Aurea diverse gegoten versierde lijsten aan. Meestal in houten mallen gegoten en daarna geplakt en aangevuld met modelleerwerk in situ. 

 

In Italië worden in de 15e en 16e eeuw volop gietmallen gebruikt bij het afwerken van wanden en plafonds in interieurs. Meestal in combinatie met werk dat ter plaatse wordt gemodelleerd. Een renaissance-voorbeeld buiten Italië is de galerie François I en het trappenhuis in het kasteel van Fontainebleau. Tussen 1532 en 1552 hebben hier de Italianen Francesco Primaticcio,  Rosso Fiorentino en Niccolò dell’Abbate dankbaar gebruik gemaakt van gietmallen om putti en nimfen en andere figuren eerst af te gieten en daarna in het juiste perspectief op wanden, koven en plafonds te plaatsen. Een geweldige rijkdom in interieurdecoraties die onlosmakelijk zijn verbonden aan de architectuur van het interieur: textuur, verbeelding, decoratie, vormgeving, variatie. In de loop van de 17e en in de 18e eeuw verspreidt deze rijkdom zich over Europa.

Houten contramallen worden gebruikt voor repeterende elementen. De zoektocht naar het gebruik van flexibele, rekbare materialen om dan ook niet-zelflossende ornamenten af te kunnen mallen, levert in de loop van 18e eeuw resultaten op. Eerst nog in lijm en gelatine als flexibele materialen, later ook latex. In de 20ste eeuw gevolgd door kunstrubbers en siliconen. 

Rond 1800 ontstaan voor het maken van ornamenten en decoraties ateliers in onder andere Berlijn, Parijs en Londen en in de tweede helft van de 19e eeuw ook in Amsterdam. Naast de productie in gips, vinden ook andere materialen hun toepassing in deze industrie: onder andere papier-maché, kunststeen, beton en plastics. 

De toepassing van prefab-elementen en -ornamenten in het interieur neemt een geweldige vlucht in de late 19e eeuw en zet door tot ver in de 20ste eeuw. In de 21ste eeuw vindt er een revival plaats, komen oude geornamenteerde stucplafonds tevoorschijn boven verlaagde plafonds, neemt de belangstelling voor dit bouwkundig erfgoed toe, worden stucplafonds gerestaureerd en worden nieuwe ontwerpen uitgevoerd. Het vakmanschap in het ambacht krijgt impulsen door nieuwe opleidingen geïnitieerd door de branche, autonoom en in samenwerking met andere opleidingscentra.